trouwens ook de zon is weer een jaar ouder

zondag 21 maart tweeduizend10

Lente en  de boerenzwaluw.

Het water rond de molen in Woltersum (Groningen) is weer een jaar ouder. Vorig jaar lente zat ik daar bij de gracht in de schaduw van de wieken van die mooie molen te schilderen, toen een boerenzwaluw langs wiekte, net boven het water. Zou die vriendelijke kikker er nog zijn die de hele dag kroos voor me aansleepte? Die is dan ook een jaar ouder. Die zwaluw kreeg in ieder geval een ereplaats in het schilderij dat als titel meekreeg “de Boerenzwaluw” En zoals altijd krijg ik nu weer plek-heimwee. Dat wil zeggen heimwee naar de plek des schilderheils: Woltersum (gemeente Ten Boer)De_boerenzwaluw_2

De zon schijnt weer, net als vorig jaar. Trouwens ook de zon is weer een jaar ouder. Op weg naar het Zwarte Gat. Is het niet eens tijd Mondiaal  een jaarlijkse verjaardag in te stellen voor de zon. Met ieder jaar symbolisch vanaf de aarde een verjaardagscadeau, per raket. Want trekvogels gaan niet zo ver Dat moet dan een haiku worden die door alle Regeringen op aarde gefinancierd wordt naar draagkracht en oorlogszuchtigheid. Naties als Iran betalen dan meer. Maar de USA natuurlijk ook.

Men hoort er nog wel van, het Front National in Frankrijk zal bijvoorbaat wel weer tegen zijn.

Er wordt momenteel wat afgevlogen door allerlei trekvogels. Die krijgen daardoor trek tijdens het trekken. Wat een bizarre taal is de Nederlandse taal toch. Stel:  je komt uit Kanton (China), je wilt Nederlands studeren omdat je heel je leven al getroffen bent door Vincent van Gogh. Je krijgt dan een zin te verwerken als: het touwtrekken trok veel aandacht. Dan kom je er na jaren worstelen met de Nederlandse taal ook nog eens achter dat de brieven van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh door Vincent in het Frans waren geschreven. De gedesintegreerde ziel die de taal sprak van het land waar hij eenzaam was.

Wilders, bekend van tv en zijn vele reispogingen naar Great Britain is flauwgevallen in een Duits hotel en ligt nu in een Duits ziekenhuis.

Daar verraste hij de mede zaalgenoten van de afdeling Notaufnahme in hakkerig Duits met zijn geestelijke integratieproblemen. Die openbaarden zich toen hij, alsof hij zo licht was als een pas gebakken zuurdesembrood, door een Turkse broeder de ambulance ingeschoven werd met zijn wapperende blanke top der duinen krullen.

Ja het is lente en zondag.

De wormen in het grasveld zijn mooi glanzend bruin en op hun paasbest. Het is een mooie dag om naar RKC-Ajax te gaan,  naar een kerkdienst van de Apostolische Gemeente te gaan of in een weiland molshopen te gaan tellen.. Ik besluit de stapel nog te lezen boeken bij de kop te pakken.

Soms gebeurd het je dat een titel of een zin zo mooi is dat het betreffende boek direct mee moet. Dat had ik ook met een beer in bontjas van  Hafid Bouazza. Die titel is smullen voor de geest. En voer voor improvisaties. En de schrijver bleek een formidabele ontdekking. Vandaag dobber ik tegen de volgende prachtige zin aan: “stoomschepen met masten als sigaretten”

Prachtig. De schrijver van dit moois is Daniel Mason, het boek: De man die kleur maakte.

Het boek is een ode aan Arthur Bispo do Rosario die vijftig jaar doorbracht in een psyschiatrische inrichting in Rio de Janeiro. Daar liet hij heel veel kunstwerken na.Id_bispo_9 

Id_bispo_12 

volgens de meneer in de radio komen er bliksemflitsten en stortwinden

Zaterdag 20 maart tweeduizend10

De hemel grauwt en volgens de meneer in de radio komen er bliksemflitsen en stortwinden over onze naakte zielen heen. Vanmiddag pas hoor, zei hij geruststellend terwijl hij knipoogde tegen de goudvis op zijn bureau.

Maar dan ineens is er een vreemde warme gloed die door heel mijn gemoed en alles daaromheen stroomt.  Het is een totaal onbekende ervaring voor mij.

Er komt een zon in me op, en de warme gloed dringt door in al mijn rondingen en kronkelende innerlijke uitsteeksels. Het geeft een warm jasje om alle organen, zelfs rond mijn met koffie gevulde maag. Zou dit nu de innerlijke lente zijn die me letterlijk in de schoot geworpen wordt?

Maar dan gaat het mis:

De natglimmende tegels achter de keukendeur of de hondendrollen bij de boom die met hun valse glans een schone schijn suggereren, kunnen de oorzaak niet zijn. Maar ook het koude blauwe zeil in de keuken of de (gelukkig) lege aluminium aanrecht niet. En zo denkend en peinzend doe ik  alles teniet.

Een frisgeboend  koolmeesje duikt het voederhuisje in de tuin in en houdt het met volle snavel direct al weer voor gezien. Weg is ze weer. Tis maar goed dat ze vleugels hebben die vogels, want met pootjes is die haast niet bij te benen.

In het postkantoortje achterin de Bruna staat Volgnummer 23 voor me. Het is een wat krom staande man met helgrijze dunne haren. Hij draagt een nette smetteloze camelkleurige jas. De tweeëntwintig mensen die voor voor hem waren zijn allemaal al weg, en niemand weet natuurlijk wat er van hun verdere leven is geworden.

De man voor me straalt bedachtzame kalmte uit en zo is hij een mooi baken in de gebruikelijke onrust die een rij wachtenden kenmerkt. Ik trek me daar als notoire veelkoffie drinker  met navenante onrust graag aan op. De meeste mensen doen dat juist niet. Venijnige blikken en strakke wenkbrauwen zijn de meer gebruikelijke reacties als iets traag verloopt bij de persoon voor hen in de rij.

Vierhonderd euro overhandigd  de man met licht bevende handen aan de postvrouw met de vrolijke wangen. Het zijn forse handen die vast heel wat vast hebben gehouden, misschien wel in weer en wind op een stormig natte scheepswerf bij Kolham of bij Niemeyer Tabak hier in de stad. Maar ook het magere witte handje van zijn vrouw op haar sterfbed. "Is het geld nu van mijn", vraagt hij op die mooie vreedzame toon.

Nou, nee meneer morgen is het, oh nee maandag, is het geld op uw rekening hoor. Haar ogen kijken de man vriendelijk aan. Ze draagt een rode Bruna jas die mooi kleurt bij haar donkerbruine krullen. Straks gaat het postkantoortje dicht en staat ze weer boeken te verkopen in de winkel. Dat kan ze wel, ik zou bij haar ook zo een boek kopen: van Bernlef denk ik.

Dus het is wel van mij nu? Ja hoor meneer. Dan volgt een korte stilte en ik voel hem peinzen. Het is toch zo'n lief hondje. Hij kijkt de postvrouw aan: toen de foto van mijn vrouw op haar kist lag, weet u wat hij toen deed? Hij wacht weer een korte mooie stilte, de vrouw tegenover hem voelt hem prachtig aan, ze kijkt hem afwachtend aan..

Met kalme waardige stem, geladen door de ernst van die gebeurtenis vervolgt hij: hij likte de foto van zijn vrouwtje op de kist!!!

weer volgt een korte prettige stilte... och het is zo'n lief hondje. Peinzend staart hij volledig op zijn gemak voor zich uit. Nou dan ga ik maar weer op huis aan, dag mevrouw. Rustig knoopt hij zijn winterjas dicht, draait zich om en weg is hij.

Wat vriendelijk van u dat u zo'n geduld heeft, de meeste mensen beginnen direct geïrriteerd te kijken. Ik glimlach tegen haar en leg de pakjes voor haar neer. Nummer 25 achter me, kijkt me ietwat schuldbewust aan als ik wegloop.


een wit stuk schilderslinnen als een Tabula Rasa

Vrijdag 19 maart tweeduizend10

de hemel hangt deze morgen ietwat lomig over de huizen. Met ingehouden stilte wacht het gras op de naderende regen. De zonnestralen van gisteren zijn allang afgekoeld, daar zorgde de afgelopen nacht wel voor.

Maar de dag van gisteren draag ik met me mee als een geschenk van het Leven.

De zon, de lentewind , de mestgeuren, de geur van mijn olieverftubes en het maagdelijke linnen, dat toets na toets een moedige poging werd te komen tot een Schepping. Het gezegde C'est la tache qui fait la Peinture is bij deze ontstaan. Realiseer je wel dat het ook enorme moed vergt om een nieuw schilderij te scheppen vanuit niets: een wit stuk linnen als een tabula rasa.

Het is vechten tegen prachtreuzen van Bomen, reuzen van Luchten, immense wolkenpartijen, en hun onnavolgbare schoonheid. Het is de bijna naïef aandoend kinderlijke poging al dat indrukwekkende schoons op een lap linnen samen te vegen tot een compositie. En dan moet het natuurlijk ook met een visie, een eigen handschrift én een ondergeschikte sublieme techniek uitgevoerd worden.

Zovelen gingen al voor, zoveel indrukwekkends is er al gemaakt, bekend van Musea en Beursnoteringen. Whatever happened to the heroes van the Stranglers kan kort beantwoord worden: ze zitten in ateliers en en plein air, beste wurgers. Maar wat te denken van die enorm moedige Egyptische schrijfster Nawal El Saadawi, die zo dapper opkomt voor alle geschonden vrouwen in Werelden waar Geloof haat naar vrouwen impliceerd.

Onwillekeurig moest ik gisteren tijdens de schildersessie ook denken aan die dappere Spanjaard: Don Quichot. Hij had de moed Molens als vijanden te zien en vervolgens durfde hij ook nog met de lans die molens aan te vallen.

Dat soort enorme moed tegen een veel en veel grotere vijand zie je zelden of ooit, overigens wel bij die kleine Pekineesjes: die hondjes vallen rustig voorbijrijdende auto's aan. Eer ik de moed zou hebben om een binnenvaartschip aan te vallen. Als zie ik nooit redenen om zoiets aan te vallen natuurlijk..

                                          ---.------...--------

Achter mijn rug had ik uitzicht op een huttig huisje bij veenplassen. Omdat ik vrij gemakkelijk kan uittreden ben ik, terwijl ik op ervaring gewoon doorschilderde, wel even in dat huisje gaan kijken.

Het deed me daar binnen sterk denken aan die stal in Bethlehem, met die kribbe vol knisperig roggestro.

Aan de wanden in het huisje ontdekte ik bruinig uitgeslagen kromgetrokken reprodukties van het boerenleven. In het stro lagen twee kikkers te slapen. De ene had een kroontje op, de andere een spinneweb. Ze praktizeerden waarschijnlijk een winterslaap, al kon ik me niet herinneren dat kikkers winterslaap houden.Terwuppinghuisje

(foto: realsite-weblog)

Net voor ik mijn nieuwste huzarenstuk signeerde kwam iemand me vragen of het stoorde als ze even kwam kijken. Een retorische vraag die ik dan ook niet beantwoordde.

Ze was omgord met een verrekijker in foudraal, een fototoestel zo digitaal als de Nederlandse Overheid en ze hield van kunst.

Ze zag mij als representant van de Kunst en vanuit mijn opvatting dat een Vraag geen Antwoord behoeft maar als Vraag moet voortleven reageerde ik op haar vraag: wat wordt het of moet ik zeggen wat stelt het voor? met:

Ik ben met onuitsprekelijke moed de bomen en alle andere overbodigheden te lijf gegaan met het enige zwaard dat mij ten dienste staat: dit afgeragde penseel

en net als Don Quichot7402a  zeg ik: ken uw vijanden en bestrijdt ze. Al is het voor de dames. Ik kwam helemaal op dreef. De vrouw staarde me aan en zweeg veelzeggend. Iets in haar blik deed me denken aan een winterslaap.

De stoplichten op het Europaplein in Groningen staan rood en groengloeiend van al het aanstormende verkeer. Honderden duizenden autowielen vanuit Nederland en verre omgeving rollen naar dit punt. Vandaar ook de naam Europaplein natuurlijk. Want zeg nou zelf: alle namen van die passserende automobilisten als naam voor dit kruispunt, levert natuurlijk bij iedere filemelding enorme luisterfiles op.

Onder dat Europaplein zijn doorgangen, o.a naar het Centrum. De betonnen wanden van deze doorgang zijn verfraaid met melkvellen-gele geglazuurde tegeltjes.

Maar wat zijn ze smerig en vol modderige roest. En alsof Koningin Beatrix in Groningen Koninginnedag komt herdenken: Rijkswaterstaat stuurde een schoonmaakploeg naar deze plek.

Geert Stobbe is uitgezonden met emmer en schuurspons om de tegeltjes te reinigen. Een oranje hesje, een emmer en een schuursponsje. Echt haast is er nog niet bij dus kan het gewoon met de hand.

Vanmiddag zag ik hem nog steeds bezig: een eindeloze rij tegeltjes liggen nog in het verschiet. Boven hem razen de wielen alle kanten op, gadegeslagen door flitspalen en een buizerd op een roodwit hek.

een wesp op mijn schilderij maakt neukbewegingen op het geeloker

Donderdag 18 maart tweeduizend10

Rijdend op die eenbaansweg naar Veendam passeren rijen tegenliggers met brandende koplampen.  Het is dan 8.14 uur exact. Het is helemaal niet ondenkbaar dat om 8.17 uur exact een inhaalmanoeuvre van de tegenpartij mij frontaal in botsing brengt met die zelfmoordpiloot en het abrupte einde inluidt van mijn leven.

Of straks beneden bij de verkeerslichten, na het linksaf slaan richting Pekela's: de 25 tonner bemerkte het rode licht te laat en boort zich exact 8.18 uur in mijn bestelbus: dood.

De zon schijnt wel aarzelend tijdens deze gedachten over de onverwachte levensloop van de sterveling. Predestinatie zeggen sommigen.

Het komt allemaal door die krant die 's morgens mijn geest bestormd met moord en dreiging. Morgenvroeg toch maar een Bach cellosuite.

Rechts op de voorruit zit een klodder vogelpoep. Ook op de zijruit trouwens: ik woon in een vogelrijke buurt.

De zon schijnt door de voorruit en maakt vrolijke kleuren van het poepgeel en poepwit: vrolijk zwavelgeel en het wit van de vogelpoep als het wit van gebakken ei.

Via een scherpe bocht naar rechts, waar zelfs een Albatros moeite mee zou hebben, rij ik over de liniaalrechte weg door Alteveer naar Onstwedde. Een weg die zo aangelegd is dat ie uitnodigt er flink 80 te jakkeren. Maar er staat nergens: 80 km roeg zat.Arme omwonenden: had dit asfalt kanaal niet een lekker slingerende kinderhoofdjes weg moeten zijn met mooie statige Eiken of Kastanjes. Maar dat mag natuurlijk niet vanwege de gehanteeerde computermodellen van de Gemeente.

Onderweg wappert er regelmatig wasgoed aan lijnen. Zachtblauw verkoopt hier duidelijk goed, en wit natuurlijk. Maar voor fotograverende Japanners is hier verder weinig foto eer te behalen: geen bonte boerenzakdoeken aan de waslijnen. En geen klompen, ik ben zo'n beetje de enige hier in de kontreien die op klompen loopt tijdens het schilderen.

Het maagdelijke opgespannen linnen achterin, ruikt de stal al en schommelt ongedurig mee met de rijeigenschappen van de bus.

Dan is het stil, de motor krijgt geen druppel diesel meer van me en houdt er direct mee op. De schokbrekers kraken nog even na en dan zijn het de geluiden van de natuur hier  die de overhand nemen.

Bonte spechten hakken in stammen, een paar eenden verderop snateren, een kikker loeit tegen een ander kikker, kennelijk het baltsvolkslied der kikkers: zullen we lekker samen kikkerdril maken? De zon schijnt alsof de Pastorale van Beethoven uitgevoerd gaat worden hier. De wind ruikt naar mest en droge fietspaden.

Arkhip Kuindzhi: Birch Grove.120pxarchip_iwanowitsch_kuindshi_00

Het schilderij van vandaag; “existentialisme” moet op een lap linnen van 90 bij 75 cm. De inspiratiebron van dit gebeuren is de derde symfonie van Rachmaninov en het schilderij Birch Grove van Arkhip Kuindzhi.

Een R(e)us van een schilder.

Om het in begrijpelijk jargon te plaatsen: dat schilderij van die Russische Kunstenaar is van een prachtige monumentaliliteit. Het heeft een driedimensionaliteit die me erg aantrekt. In het boek dat ik bij me heb van Russische Landschapsschilders uit de 19de eeuw is een afbeelding van het schilderij: Te zien zijn wat bomen, een veldje en wat lucht. Het ziet er allemaal stevig uit. En zo geschilderd dat een loslopende hond die net even kwam kijken wat ik hier doe, de neiging had om zo'n boom in het schilderij heen te gaan lopen om een geurvlaggen ceremonie op te starten.Hij zag in dat dit niet mogelijk was: de afbeelding meet 14 bij 8cm.

Terwijl ik het maagdelijk wit van het linnen ontmaagd met geeloker, komt een wesp aangefladderd. Hij landt op het oker en begint direct neukbewegingen te maken.

Discreet wacht ik even, net als slaapwandelaars mag je nooit neukende wespen storen. Wat me vooral aan die wesp boeit is zijn gelaatsuitdrukking. Hebtie het naar zijn zin, is het routine of is het dwangmatig.

In Wedde, wat verderop van hier, woont aan de Lageweg een man, we noemen hem voor het gemak Lambert, geschatte lengte 1.91 cm.  Minstens  ieder uur van de dag wil hij zijn  vrouw beklimmen en besexen. Hij is verslaafd. Het verhaal gaat dat hun slaapkamermuren geeloker zijn geverfd.

Maar dit terzijde.

De wesp kijkt ietwat gehaast, meer is er niet van te maken. Men mag niet vergeten dat deze oker flink gemengd is met gomterpentijn en dat heeft hetzelfde effect als kleurstoffen in snoep op kindergedragjes.

Dan vliegt ie weg, met moeite, want die geeloker is natuurlijk niet droog. Als ie straks bij zijn wespje terug is in de holte van de Zwarte Els krijgt hij gelijk ervan langs: wat heb jij aan je poten, waar ben jij geweest?

Eenvoud, kwaliteit, ervaring en weinig wind leveren uiteindelijk een prachtig schilderij op. Al moet ik zeggen dat de weinigen die ondanks mijn gegrom toch een blik erop durven te werpen met stomheid geslagen wegliepen.

Het existentialisme dat dit schilderij visualiseert wordt trouwens prachtig  gesymboliseerd door de vijf molshopen op de voorgrond in het schilderij. Overal is aangedacht: vier molshopen zijn al een tijdje geleden gegraven: droog grijsbruin zijn ze. Maar 1 molshoop ligt er donkerpruisischbruin bij, die is net af. Prachtig al zeg ik het zelf.

een groepje daklozen is luidkeels bezig, hoog in de wind.

Woensdag 17 maart tweeduizend 10

De zon plaagt het slaperige groen al vroeg op dit ochtendlijke uur.

De vrouw die het mogelijk maakte dat ik hier nu zit, met een beker  koffie en vioolmuziek uit de radio, ligt vandaag 7 jaar op een begraafplaats in Ridderkerk.

Ooit was ze jong en vluchtte ze voor de bombardementen op de werven in Schiedam. Zo kwamen ze terecht in  Ridderkerk. En ik later ook.

Voor haar zet ik vandaag een stoel voor haar neer in de hoek van de kamer zodat ze kan zien hoe ons vijfjarigje met zijn vriendjes zijn verjaardagsfeestje door de straat laat weerklinken.

Die kinder decibels kunnen sommigen naar Meldpunt Overlast doen bellen, want dat lijkt een trend te worden tegenwoordig: kinderen op de geluidsbalk leggen en opmeten hoe hard ze wel niet gillen.

Een land dat zo met zijn kinderen omgaat verdient natuurlijk een Partij voor de Dieren.

Want zelfs kolonies spreeuwen moeten vrezen voor aanklachten wegens geluidsoverlast!!!!!

Dus is er helaas een partij nodig die speciaal opkomt voor levende beesten: bijvoorbeeld varkens die met 40º Celsius in een vrachtwagen gedonderd wordt richting Italië.

Een partij die strijdt tegen de gevolgen van economische wetten  die  legbatterijen mogeljk maken of kistkalveren.. De bestaande politieke partijen laten het erbij, dus ontstaat blijkbaar behoefte speciaal op te komen voor dieren.

De aanbieding

Vanaf vanmorgen rijdt iemand 6 weken lang speciaal naar onze brievengleuf.

Met een bromfiets. Rond half zes 's morgens, de merel zong niet, knetterde het voor de deur en de klep van de brievengleuf was te horen. Ruim twee meter verder, vakwerk, ligt strak in de letters, de NRC Next van vandaag. Liever had ik die van morgen al, zo nieuwsgierig ben ik ook wel weer. Maar die bezorger heeft in iedergeval een forse worp over zich.

Nu kleven er figuurlijk wel bezwaren aan zo'n krant.

Mijn maagdelijke melancholieke geest van iedere dag behandel ik zeer  voorzichtig  met de juiste hoeveelheid koffie, maar vooral de rust en de vogels op het tegelpaadje en het grasveld achter het huis. Daarop komen in vrij vaste volgorde een bruine merel, musjes, prachtig paarlemoeren houtduiven,  koddige roeken op stevige korte poten, zwarte merels, en nog een paar soorten die ik niet ken. Zeg maar een Tiereliertwieter en de Grauwe staar.

Met die start kan mijn geest de dag wel in om de voorgespiegelde realiteit te verpersonificeren.

Maar zo'n krant: niks vogels, hoogstens de uitdrukking ze had kind nog kraai, verwerkt in een moordscenario.

Vanmorgen krijg ik de bouw van nieuwe nederzettingen in bezet Palestijns gebied voor de kiezen. Toegegeven, het is een luxe probleem als je er alleen maar over hoeft te lezen. Dan lees ook dat ze gevonden is in een tuin, dood. En dan heb ik het al weer gehad met deze dag door die krant.

Laat ik die krant maar gaan lezen als mijn geest weer gekneed is door koffie en andere kunstgrepen.

De hemel ziet er een beetje flauw uit, al kan ik het  als kunstenaar eigenlijk niet maken om zo iets veelzijdigs verbaal zo te detoneren.

Gisteravond was de hemel azuurgroen, er naderde ook regengrijs en het leek een oceaan- regenbui te worden die al uren geleden opgejaagd was door de Mistral in de Bouche du Rhône.

Morgen ga ik in Ter Wupping die azurgroene hemel in mijn nieuwe schilderij opzetten als opmaat. Zo heeft een herinnering ook weer een nieuwe toekomst.

Een groepje daklozen is luidkeels bezig, hoog in de wind.

Ze hebben een tof nest, lekker diep en warm en ze malen niet om een dakboven hun kop. Dat is wel even een andere behuizing dan de bewoners ertegenover, die onder het OZB (onroerend zaak belasting) regime vallen en huurtoeslagafhankelijk zijn door de torenhoge huren.

Ze maken lang niet zoveel kabaal als hun overburen, integendeel: ze zijn gesteld op rust, en vrede en harmonie. De zegeningen van de Ouderdom, als je ze tenminste verzilverd krijgt.

De daklozen hebben toch geen last van regen (het regent trouwens op dit moment niet). Dat ligt heel eenvoudig: als het regent leggen ze de vleugels wijduit op de rand van het nest en zo zitten ze droog onder zichzelf.

een icoon van weerloze schoonheid

Dinsdag 16 maart tweeduizend10

De zon prijkt op de woonwand aan één van de overkanten. Achter dat flat is Iemand wolkenvuurwerk aan het afsteken. Zonder sissers. De mooiste wolken in paas teinten komen boven het dak aangedobberd: donkeraubergine, fladderige roodviolet bruine wolken, dan een pluizig witnapelsgeel wolkje waar een paar vogels in tapdansen op de wind, en een zakdoekengrijs tweelingwolkje.

De schaduw van rook uit een pijp van een belendend dak strijkt langs een zonbeschenen alaapkamerraam. Het gordijn beweegt, een slaperig gezicht verschijnt in de kier: het meisje wordt direct ondervraagd door de zonnestralen. Ze sluit haar ogen kortstondig en ruist in haar nachtjapon naar de wasbak. Zij is gisteren gewoon naar huis gekomen.

Het bedauwde grasveldje achter ons huis wordt door een aarzelend vleugje Zon even een Gerrit Achterberg gedicht. De zwartflonkerende merel midden op het veld, met de oranje snavel in de appel: een icoon van weerloze schoonheid.

De mussen hebben het weer druk, met de snaveltjes vol tjilpen ze tegen elkaar. Dan een gerucht en ze spatzen weg, de nog niet gesnoeide vlinderstruik in.

Gebed aan God

Laat in mijn leven van haar over, Heer,
wat niet geheel aan U is toegevallen:
er gaan nog witte vogels heen en weer,
die in mijn bloed hun nesten bleven bouwen.

En zwarte vlinders komen telkens weer,
uit de coconnen van verzonken dalen
de bloemen vinden, die zich openvouwen
onder de stergewelven van weleer.

Gerrit Achterberg



Op het schoolplein wacht ik op haar.

De tegels op het plein lijken al lente uit te ademen. Twee jongetjes schommelen om het hoogst,  kindergelach klatert op, geroep en soms geschreeuw en veel rennende schoenen. De wind boven het plein suist, geremd door de hoge gebouwen, door de straten en voert  boomzaadjes mee naar elderse velden.

In de sterrenloze hemel nadert een wolk regengrijs die langzaam de hele school gaat overkoepelen Het kinder geren wordt  er niet minder om.

Die geluiden overpeinzend,  zit ik later  aan mijn bureau voor het zolderraam, mooi op vogelhoogte. Soms zwiept er rakelings een meeuw voorbij met suizende veerpennen, de kop verbeten strak vooruit. Soms alleen de opstekende wind.

Op de schuine balk onder het raam heb ik wat reproducties hangen: een uitgemolken koe in een weiland (voor een echt weiland: zie de diverse Natuurmusea) en een schilderij van Ivan Aivazovsky: de golf.

Een schilderij (304/505cm!) van een tomeloze zee waar een schip vrijwel helemaal verdwenen onder water doorheen ploegt. Het roept de Golf van Hokusai op. En het boek the Perfect Storm.

De golven zijn bergen met een betoverende zeegeel, zeegroen en zeeamber water. Alleen maar zee.

Zo hoog en overweldigend eindeloos als het Leven.


In de Es achter het volgende huizenblok zitten de mussen en wat roeken.Ze bekrassen de lucht staccato.

En is het niet net als de grot van Plato, waar schaduwen de werkelijkheid zijn voor de mens:  vanuit het open dakraam verneem ik uitsluitend de geluiden, de voortbrengers van het geluid  zie ik niet.

Die geluiden zou ik zelf een totale nieuwe vorm kunnen geven en de bestaande achter me laten.

Dan is dat mijn realiteit. Die ik vervolgens met niemand kan delen. But I'm sittin on top of the world.




de lof der Zotheid

Maandag 15 maart tweeduizend10

 

Het regende gisteren met glans én hard. Samen met de stevige wind kan je het gerust een bui noemen.

Het was trouwens wel een moment dat ik geen vogel zou willen zijn. Je vliegt boven de weilanden, opzoek naar spin en slak, en de regen vliegt met volle vaart tegen je beide ogen. Je hebt niet net als motorrijders een bril op, dus dat komt hard aan.

Dan de trein maar.

Daar zit je zo lekker warm en beschut naar het spel van de regendruppels op het raam te kijken en: met Joost Zwagerman kom je vandaag gratis door het hele land.


Het regent op het station  en de ingehouden dieselmotor van de trein bromt latent en schudt traag de regendruppels van zich af.. Dan vindt de bestuurder het welletjes:  grommend stuift de trein het station uit. De regendruppels schudt ie nu als een hond van zich af. Lang geleden, in 1804, kwam Richard Trevithick op het idee om twee ijzeren stangen naast elkaar te leggen over houten balken. Kilometers lang. En in alle landen werd dit idee nagevolgd.

Zodoende zitten wij nu behaaglijk in de Interdorp naar Delfzijl.

De trein staat stil en langzaam en gestaag, maar al vlug heel snel glijdt het perron voorbij en laat de horizon achter ons. De horizon voor ons nadert: weilanden, nauwelijks bekomen van de sneeuw en het ijs, vliegen voorbij. De slootjes lijken het water ook zat te zijn. 

Lantaarnpalen bij een loos straatje langs het spoor schieten voorbij. vijf huizen en drie geparkeerde auto's ervoor langs het trottoir. Koeiehekken idem dito. 

Het eerste  stationnetje nadert: Groningen Noord.  Even hier stil blijven staan:

wat  een vandalisme uitnodigend betonnen lelijk geval met gele camera's  onder het afdak en natgeregende kunstof gerecyclede banken.

Maar  Bedum en Loppersum mogen er ook niet wezen: verveloze betonnen ongastvrije in- en -uitstap perrons met nauwelijks een dak erboven. Er staat niet eens een bloempot met een bloeiende geranium op zo'n “station” om de mensen welkom te heten.

Delfzijl heeft nog wel een redelijk bakstenen stationsgebouw waar de wind wel om heen loeit zo vlak bij de zeespiegel. Maar ook daar geen welkomsgevoel .( De naam Delfzijl: zijl=sluis en Delf de oude naam van het Damsterdiep)

-vandaag meldde het AD dat drie Provincies actief zijn tegen Agressie door de Jeugd in het Openbaar vervoer. Groningen doet daar niet aan mee: er zijn dus veel kinderen die niet met de trein vanuit de provincie naar de stad Groningen gaan: angst voor agressie.. En de uitstraling van de stations hier tonen ook wel aan waar de prioriteiten niet liggen.

 

In Delfzijl stopt het perron precies voor de trein en met een zwierig handgebaar, alsof er sympathie verworven moet worden in deze barre stormige contreien voor deze rit, opent de man aan het digitale stuur van de trein alle deuren tegelijkertijd

 

De vlaggen op de dijk bij het Eemshotel (een jaren 60 duiventil op hoge betonnen palen in het ebzand geposteerd) stormen bijna de stokken af. Maar de stenen trap tegen de dijk op ligt gelukkig roerloos.

Rond een oude bunker is hier het Museum gebouwd, onder tegen de dijk. En het dient tweeërlei doel: mensen kunnen naar de vissen kijken in de aquaria en de vissen kunnen naar de mensen kijken.

Die mensen zien er veelal wel heel saai uit met al die kringloopregenjassen en dan  richten ze soms ook nog een ding op je met heel fel licht  en dan zie je als vis geen schub meer voor ogen.

Als het niet te druk is, nu bijvoorbeeld, willen de stekelbaarsroggen wel wat leuks doen op de bodem van het aquarium in het zand. Ze verstoppen zich eronder en langzaam zie je hun silhouet aftekenen en opeens zwemt het stukje zand weg en is het een stekelbaarsrog. Kinderen vinden dat heel lachwaardig. In het grote aquarium ligt een zeemeermin te sluimeren, de vin half in het zand.

Haar borsten liggen uit het zicht in het zand geprikt, jammer. Maar het bordje op het glas is duidelijk: niet voeren of praten met de vissen. Ik rek me en kan net over de rand van het aquarium in de bak kijken. Met woedende ogen staart de zeemeermin me aan en sist: ...pojemmik.......(het is een Poolse!)

 

Delfzijl was héél héél lang geleden heel mooi, nederige stulpjes op een landophoging, terpjes met wat schapen en veel veel leegte en water en wind..Terp

Als je dan nu die flats ziet en die plannen met een nieuwe wijk tegen de dijk, met allemaal globaliserings architectuur om Toyata Prius rijders Delfzijl binnen de gemeente te krijgen  is het hier  hard achteruit gegaan.  Een plaats waar beleid een betonnen aanzien heeft.

 

 

 

Nieuwsflits op de Valreep:

 

Nederland, het land van de ChristenUnie, het CDA, de PVDA, de Partij voor de Dieren en vele anderen, is Europees juridisch op de vingers getikt: Nederland mag uitgeprocedeerde asielzoekende gezinnen met kinderen niet meer op straat zetten:

 

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.( het Wilhelmus: couplet 2)

 

 

 

 

een kerkklokje klepelt de bronsklanken over de flatgebouwen en geparkeerde auto's

Zondag 14 maart tweeduizend10

Deze ochtend fluiten de vogels de hemel bijna blauw en strooien de kale heggen groen met kwistige vleugels.

Een kerkklokje klepelt de  bronzen klanken over de flatgebouwen en geparkeerde auto’s, maar naar buiten kijkend zie ik geen mens in stemmige kledij de kerk opzoeken.

Op de radio eindigt een muziekstuk in stilte en met keurig gekamd haar meldt de presentatrice (wat vermoeiend: dat mannelijke en vrouwelijke) dat dit stuk teruggeluisterd kan worden.

Dan zou je het muziekstuk vanaf het slot tot de opmaat horen: is dat mooi? Terugluisteren is wel een mooi nieuw woord. Net als terugkijken.

De betreffende componist is al een tijd buiten bereik van de eindigheid en de luisteraars worden even bijgepraat over hem.

Als ze dood zijn leer je ze pas goed kennen.

KopstukkenWhinshields20crags20bookmark

Net voor Kopstukken zie ik de Buizerd landen. Uitgeput. Kopstukken ligt as the crow flies dicht bij Jipsing Boertange.", justem: in Groningen.

De ogen van de Buizerd schitteren nog na van een magistrale nacht waar Keizer Harianus feitelijk verantwoordelijk voor was.

De buizerd vertrok met een matige westenwind uit Bowness on Solway (Noord Engeland bij Schotland) en klapwiekte door de milde avondlucht. Een miezerig regentje hinderde hem helemaal niet, statig ging ie over Walton om uiteindelijk na 84 miles  bij Wallsend de zee over te steken. De hele tocht over de Hadrianswall vloog hij vannacht over flakkerende toortsen die de duisternis een Grot van Plato sfeer meegaven.

Talloze schaduwen kwamen hierdoor los en dansten rond de vuren over de hele lengte van de Hadrianswall. De toortsen reflekteerden in de ogen van de buizerd en deden eeuwen herleven in de instincten van de roofvogel.

In Kopstukken landt ie uiteindelijk en met de snavel op de borst zakt hij weg. Het ruisen van het Larixbos verderop gaat als een kalme bries over hem heen.

De ruimte waarin ik me later op de dag bevindt behoeft een kleine omschrijving.

Er wordt slordig taalgebruik gebezigd als het over deze ruimte gaat, vandaar.

Vroeger heette deze ruimte “het Gerief”, een houten hokje waarvoor je naar buiten moest, want daar stond het. Over een slootje tussen de velden zag je zo’n houten hok ook wel staan voor de boer, als ie nodig moest. En daar zat ik als jongetje graag in om de vogels te bespieden enzo.

Maar in deze 80cm brede betegelde ruimte staat een porseleinen pot met een plastic rand, bril genaamd. Een gekke bril dus.

Die pot noemen ze in England een watercloset en de afkorting is de naam die velen aan deze ruimte geven: wc. Slordig toch. Het is een fantasieloze ruimte opgedirkt met een kalender van een begrafenisverzekeraar uit Duitsland met landschappen waar de symboliek van afdruipt.

Bij Januari staat bij een besneeuwde vlakte die oploopt naar de hemel, bijvoorbeeld:

Am Horizont verschmilzt Erdengrau mit Himmelsblau. Ich lass mich  einfach treiben- mein Ziel, das kenn’ich nicht genau

De zgn wc bril is uitgevoerd is lamlendig crème wit. En dan zijn daar natuurlijk de wc rollen, zonder teksten overigens.

Tot zover de ruimte.

Terwijl ik naar mijn straal staar en peins: als de zon zou schijnen had ik dan nu een regenboog? Schommelt er ineens een fragiel bruinogig zwart spinnetje voor mijn ogen, hangend aan een vrijwel onzichtbaar draadje.

Ze spartelt, geschrokken door mijn geklater, aan haar draadje. Haar zeven pootjes wievelen zenuwachtig alsof ze vuistjes maakt door de opwinding.

Maar het feit dat ze ziet dat ik man ben lijkt toch iets geruststellend te werken.

Al generaties lang heeft nu dit spinnetje overlast van bange vrouwen. Doodnerveus werden ze ervan, vooral omdat niemand van de spinnen zich er iets instinctief bij kon voorstellen. 

Om het beestje niet een hartinfarct te bezorgen trek ik de plas maar niet door. Het spinnetje rekt de pootjes al ontspannen uit, ze lijkt me wel tevreden, al hangend midden in wellicht haar tweede nieuwe web. En vergis je niet: dat blijft iedere keer net als bij een nieuw schilderij spannend: klopt de compositie.

We hebben in ieder geval een leefbaar Gerief door dit spinnetje. Don’t you think we need a woman’s touch to make it come alive?

oh Inspiratie: bron van verbazing en van nieuwe drang

Oh Inspiratie:  bron van verbazing

                        en van nieuwe drang

Zaterdag 13 maart tweeduizend10

De merel had er vannacht wel aardigheid in, rond half 4 klonk een trillende opmaat voor een fijn uitgebreide lofzang op rups en worm en anderszins. De rups en de worm wisten nu, ze zijn tenslotte niet doof, dat dit lied hun zwanenzang zou kunnen worden en verscholen zich haastig achter hun instincten.

Hier in deze straat ligt deze ochtend er grauw bij. Het gras is inmiddels een dag langer geworden, vogels in de lucht stippen de hoogte aan van het zwerk. Hoog boven ons tweeën passeren drie ganzen. De poes denkt er ook het hare van en spint loom verder op schoot.

Maar dan is er de zon:

De zon vergezelt me op weg naar de schilders plek ver voorbij de Kale Eik bij de beruchte driesprong.Het lijkt wel of er iedere dag weer ronteloms bij komen. Voorbij WInschoten is het helemaal een wethoudershobby geworden.

Op de plaats van bestemming: het koninkrijk de vogels, is het knisperig stil.

De open plek waar ik me installeer is nog geen onderdeel van het schilderij, maar een met gras begroeid veldje waar de wind fijn overheen kan dribbelen. Hier en ook daar steekt een ovalen hoopje verse grond boven het groen uit: vooruitgeschoven uitkijkposten van een paar mollen.

De wind sibbelt wat aan de grashalmen, een paar dauwdruppels doffen traag.

Achter me, rugwaarts, staan roerloze eiken met doornige ondergroei. Her en der ritselen allerlei wezens onder die beschutting, een Bonte Specht houdt het voor gezien met die eiken en twietert naar een berk: dat is allicht wat gemakkelijker hakken. Het gehak klinkt wel een stuk doffer

Aan de overkant tussen de stammen en struiken gloort een waterplas, te zien aan de puntige rietkraag.

Het schilderij dat ik wil scheppen moet het manipuleerbare existentialisme gaan uitbeelden. Nogal pretentieus overigens. Misschien is dat wel een vorm van domheid: pretentieus zijn.

De inspiratiebronnen voor deze creatieve intentie zijn tweeërlei: de derde symfonie van Rachmaninov die al heftig bezig is op mijn MP3, in nauw contact met mijn oren. En dan is er het werk van de Russische Kunstenaar Archip Koeïndzji. Prachtig mysterieuze driedimensionale schilderijen maakte die man.

Een ietwat hulpeloos machteloos dogma speelt door mijn hoofd terwijl ik alle 89 verftubes rangschik op bereikbaarheid: wijsheid komt met de jaren.

Zo rondkijkend naar de wijsheid van de natuur: gewoon de jaargetijden afwerken en dan: da capo,  heb ik gerede twijfels over de wijsheid die mij ter beschikking staat.

Maar nu ben ik de gelukkige eigenaar van de Encyclopedie van de Domheid van Mathijs van Boxtel. In dit Epos krijg  het overschatte begrip Wijsheid vanuit de optiek van de Domheid veel aandacht.

Het boek is verfrissend en veelzijdig als de oogopslag van een prille baby.

Want wat is wijsheid eigenlijk en wat voor vorm kan het aannemen. Voorwaar, luchthartig zit ik hier bepaald niet gereed om een schilderij aan de eindigheid toe te voegen.

Gisteren tijdens het nababbelen op de radio van allerlei mensen over Hans van Mierlo, wiens geest de domheid is ontstegen, haalde een politicus een uitspraak aan van hem die hij nooit is vergeten: Hans van Mierlo gaf als antwoord op een vraag: ik weet het niet. De politicus was nog steeds vol bewondering dat Hans van Mierlo toegaf dat hij het niet wist.

In die regeringswereld  regeert duidelijk de domheid . Dat heb ik zelfs door.

Adriana Fallaci zat er veel dichter bij: Niets en zo zij het.

Deze Encyclopedie van de Domheid is voor mij een oneindige bron van domheid. Een standaardwerk van een uiterst boeiend Man, die van Pyramide tot donderkopjes de wijsheid op glad ijs zet.
En het gemanipuleerde existentialisme dat ik wil vormgeven is zo dom nog niet.

Met de kinderen naar het Stadspark.

het waait hard in het Stadspark in Groningen. Iemand heeft alle Beuken die langs de brede toegangslaan stonden omgezaagd: de Gemeenteraadsverkiezingen zijn net achter de rug en direct regeert de botte bijl weer.

In de speeltuin naast de Kinderboerderij rennen een aantal kinderen met rode wangen rond: iedere balk of plank is een reden om te spelen. Volwassen mensen hebben dat niet meer, hoogstens in therapie settings. De ouders of ouders daarvan staan met de handen in de zakken rillerig schuin op hun horloges te kijken.

Dorre bruine boomblaadjes maken  nog wat leuks van de situtie en jagen dwarrelend over het zand tot een hek ze stuit. Op dat hek staat een afbeelding van een hond en de tekst: ik mag er niet in!!!!! Het watertje onder het houten brugje is nog ijzig bevroren. Een paar eenden schaatsen er nog op. Zonder geluid. Een meerkoetje steekt heel zwart wit af, als de Steen der WIjzen in Cornwall.
Eenden

Altijd

het is vandaag mereldag

Mereldag 12 maart tweeduizend10

Het is ergens rond 5 uur in de early morning, dus nog brandende lantaarns tijd.Wie zal van gemeentewege al die lantaarns stuk voor stuk aan steken en uitzetten. Het lijkt mij een mooie bijbaan. Een groot paneel met lichtjes voor alle lantaarnpalen in de stad met dimmers en kleurschakeringen.

Een merel zit ergens in mijn nabijheid ongetwijfeld met een schuine blik op het grasveld gericht om tegelijkertijd eventuele slakken op te sporen, voluit te merelen. Het klinkt parelend luid en duidelijk. Graag had ik alle noten van dit lied opgeschreven en op een kalimba nagespeeld.

Het is een lang lied. Er moet veel gebeurd zijn in de geest van deze merel. Maar het gaat je ook niet in de koude veren zitten als je hulpeloos kijkende slakken op moet pikken en van grote hoogte te pletter moet gooien. Tis je natuur, verdriet en dat soort hindernissen heb je als merel niet, maar ergens wringt het wel. Daar zingtie waarschijnlijk ook over.

Maar rond kwart over 6 is het lied af en stoptie volledig. Wat zou ie nu doen. Ik stel me hem zittend op een schutting voor, de veren zedig tegen de flanken gedrapeerd. De pootjes gekromd..Uitkijkend over de slapende tuintjes.  De snavel glanzend van het oppoetsen van zijn veren. De wormen slapen nog uit van het graafwerk van gisteren, maar een slimme rups schuift traag voorbij verstopt onder een nog groen hulstblad. Denk je dat die merel dat niet ziet?

Tussen 6 en 7 is het dan ook stil, totdat de musjes de nieuwe broodkruimels ontdekt hebben. Hip, hip , hip gaat het dan al tjilpend. Ze zijn weer meer dan welkom.

De radio maakt inmiddels alles fijn melodieus maar  onverwachts is daar toch   het 7 uur nieuws. Vooruit dan maar. Het nieuws van 7 uur: een selektie van de redactieraad:

Zittend in een zijkamertje van de Omroep leest de Nieuwslezer  de nieuws selektie van vandaag op. Tegenover hem voor het openstaande raam zit een merel. Op een kastanjetak trouwens.

De nieuwslezer ziet de merel naar zijn lippen kijken en daarom articuleert hij met extra beroepseer nog duidelijker: Gisterenavond is op 78 jarige leeftijd Hans van Mierlo overleden. De Nieuwslezer vervolgt het bericht: Hans van Mierlo werd 78 jaar geleden geboren en kreeg direct de naam Hans.

De familienaam van Mierlo werd er gewoon achteraan gezet. Hans hield als jongetje veel van knikkeren en zijn lievelingsknikker was natuurlijk een mooie paarse knikker. Helemaal als de zon er doorheen scheen. Dan was het net een Bisschop met een paarse doorkijkjurk.

Toen hij later na heel veel knikker en cowboyspelletjes de kans kreeg in het Paarse Kabinet opgesteld te worden, hoefde hij niet na te denken. Zijn moeder begreep direct wat dit voor hem betekende: voor op zijn bureau kocht ze een mooie paarse knikker.

Hans van Mierlo overleed gisterenavond door de Dood.

De merel beweegt zijn snavel synchroom mee met de Nieuwslezer, en als het nieuwsbericht verstorven is draagt de merel met prachtige klanken het nieuws verder de ether in.

 

Achter mijn keukendeur zit de merel inmiddels tussen de mussen en broodkruimels. Hij zingt nu niet, alles op zijn tijd. Hij kijkt even op en we grijnzen elkaar toe.

Samengevat: het is vandaag geen vrijdag maar mereldag.

 

Maar er  is weer een mooi markant gezicht weg van dit halfrond. Gelukkig ontstaan er steeds weer nieuwe. Neem bijvoorbeeld Amy Winehouse! Kijk zondag 14 maart maar om 17.00 uur naar Cultura 24: live in London!!

 

 

 

 

Neem inhoud van deze site over (XML)
Blog powered by TypePad

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        

Laatste reacties

  • Terho Nee beste Lijster, met vanda